Een preventief medisch onderzoek (PMO) is een vrijwillig onderzoek naar de gezondheid en inzetbaarheid van je medewerkers. Ze vullen vragenlijsten in, doen soms medische tests en krijgen een persoonlijk advies. Veel organisaties bieden het eens in de paar jaar aan. Daarna komt er een groepsrapport, en dan wordt het stil. Juist daar gaat de waarde verloren.
Wat is een PMO precies?
Een PMO wordt vaak verward met het periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO). Als werkgever ben je verplicht het PAGO aan te bieden, maar de werknemer kiest zelf of hij of zij meedoet, volgens het Arboportaal. Het PAGO richt zich op de risico's uit je risico-inventarisatie. Het PMO is breder en facultatief, en kijkt naar gezondheid en inzetbaarheid, zo staat in de kennisbank van de NVAB. Medewerkers kunnen er ook zelf om vragen. In de praktijk lopen de twee vaak door elkaar. Een check bij de huisarts is weer iets anders dan een PMO: lees meer over preventief medisch onderzoek bij de huisarts.
In juli 2025 verscheen een herziene leidraad van de NVAB voor bedrijfsartsen, ter vervanging van de versie uit 2014. Die geeft meer ruimte voor maatwerk en vraagt aandacht voor het vastleggen van vervolgacties. Ook de regels voor privacy en toestemming zijn aangescherpt.
De uitkomsten blijven vertrouwelijk. Als werkgever zie je alleen groepsresultaten. Vanaf hoeveel deelnemers je die krijgt, verschilt per aanbieder.
Waarom veel PMO's blijven steken
Een PMO is een foto van één moment. Preventie vraagt om een film. Toch blijft het in veel organisaties bij die ene foto.
Dat begint bij de deelname. Rik-Jan Modderkolk, specialist in duurzame inzetbaarheid, schrijft in HR Praktijk dat de deelname vaak rond de 20 procent ligt. Van elke vijf uitgenodigde medewerkers doet er dan maar één mee. Je groepsrapport zegt dan weinig over de rest. Hoeveel PMO's er jaarlijks worden uitgevoerd, is volgens hem niet eens bekend.
Volgens Modderkolk zet signaleren ook niet vanzelf aan tot verandering. Een medewerker hoort een advies, maar het werk blijft hetzelfde. Hij ziet bovendien dat factoren in het werk meer invloed hebben op inzetbaarheid dan leefstijl. Een PMO dat vooral naar bloeddruk en beweging kijkt, mist dan de grootste oorzaak.
Zo maak je van een PMO een begin
- Bepaal vooraf wat je wilt weten. Kies samen met de bedrijfsarts twee of drie vragen die voor jouw organisatie spelen. Denk aan werkdruk in één functiegroep of herstel na ploegendiensten.
- Vraag hoe en wanneer je groepsresultaten krijgt. Bij kleine afdelingen kan de drempel betekenen dat je niets terugziet. Spreek af op welk niveau je wel rapportage krijgt.
- Wijs een eigenaar aan voor de uitkomsten. Leg vooraf vast wie het groepsrapport bespreekt in het managementteam, en binnen welke termijn. Zonder eigenaar belandt het rapport in een map.
- Koppel elke uitkomst aan het werk. Vraag bij elk aandachtspunt wat er in taken, rooster of samenwerking kan veranderen. Leefstijladvies alleen is te smal.
- Plan nu al de volgende meting. Alleen met een tweede meting zie je of je acties iets hebben veranderd. Gebruik dezelfde vragen, zodat je de uitkomsten kunt vergelijken.
Wat VitsAll doet
De VitsAll Risicoscan, samen met TNO ontwikkeld, is erkend als PMO. Waar veel PMO's vooral naar de persoon kijken, kijkt deze scan ook naar het werk. Zo zie je in één meting waar werkdruk of belasting zich ophoopt. Directie en leidinggevenden krijgen deelrapportages per groep, vanaf vijftien medewerkers. Elke medewerker krijgt de eigen uitkomst persoonlijk toegestuurd, zonder inzage voor de werkgever. Wie hulp nodig heeft, krijgt die persoonlijk aangeboden. We werken samen met je bedrijfsarts en arbodienst, niet in plaats van hen.
Begin bij je laatste groepsrapport
Zoek je laatste PMO-rapport op en kijk welke acties erop zijn gevolgd. Is dat lastig te vinden? Dan weet je waar je moet beginnen. Vraag de bedrijfsarts welke drie punten het meest opvielen. Een meting die niemand meer opent, voorkomt geen enkele ziekmelding.