"Kan ik dat niet gewoon bij mijn eigen huisarts laten doen?" Die vraag krijg je als HR-manager vaak, zodra je een preventief medisch onderzoek (PMO) aankondigt. Het klinkt logisch. De huisarts kent je medewerker en kan ook bloed prikken en de bloeddruk meten. Toch zijn een onderzoek bij de huisarts en een PMO via het werk twee verschillende dingen. Ze vullen elkaar aan, maar vervangen elkaar niet. In deze blog lees je waar het verschil zit. Beide passen in een bredere aanpak van verzuimpreventie.
Wat de huisarts wel en niet doet
De huisarts kijkt vooral naar klachten en naar persoonlijke risico's. Een algemene check zonder aanleiding is niet het uitgangspunt. Volgens Thuisarts, de patiëntensite van het Nederlands Huisartsen Genootschap, ga je naar de huisarts als je klachten of zorgen hebt, of als een ziekte in de familie voorkomt.
Wel kan de huisarts of praktijkondersteuner je risico op hart- en vaatziekten inschatten. Dat gebeurt met vragen over leefstijl, een bloeddrukmeting en bloed- en urineonderzoek. De uitkomst is je kans op een hart- of vaatziekte in de komende tien jaar.
Let wel op losse gezondheidschecks die medewerkers zelf kopen. Volgens Thuisarts zijn veel van die tests niet goed onderzocht. Een slechte uitslag kan onnodig ongerust maken. Een goede uitslag kan onterecht geruststellen.
Waarom het geen PMO is
Het grootste verschil is het werk. Een PMO kijkt volgens de beroepsvereniging van bedrijfsartsen NVAB naar gezondheid én inzetbaarheid. De bedrijfsarts kent de functie en de risico's in je organisatie. De huisarts niet.
Dat werk ertoe doet, blijkt uit de spreekkamer van de huisarts zelf. Volgens een artikel in TSG, het vakblad voor gezondheidswetenschappen (2022), heeft naar schatting een derde van de werkende patiënten bij de huisarts ook klachten die met het werk te maken hebben. De onderzoekers zien de scheiding tussen gewone zorg en zorg rond werk als een knelpunt. Werk en gezondheid worden dan los van elkaar bekeken.
Voor je organisatie betekent dat iets concreets. Een onderzoek bij de huisarts blijft volledig privé, en dat is goed. Maar je krijgt er ook geen beeld van op groepsniveau. Je ziet niet waar in je organisatie de belasting zich ophoopt.
Zo leg je het verschil uit
- Noem het verschil al in de uitnodiging. Schrijf in één zin wat het PMO onderzoekt en waarom het via het werk gaat. Dan komt de vraag over de huisarts minder vaak.
- Verwijs naar de juiste arts. Klachten zonder verband met het werk horen bij de huisarts. Vragen over werk en gezondheid horen bij de bedrijfsarts. Bij twijfel kan een medewerker bij beide terecht.
- Benadruk wat privé blijft. Leg uit dat de werkgever bij een PMO geen individuele uitslagen ziet. Juist die zorg houdt medewerkers vaak tegen.
- Vergoed geen losse checks als vervanging. Een losse gezondheidscheck mist de koppeling met het werk. Investeer liever in een onderzoek met vervolg.
- Vraag de bedrijfsarts om werkvragen op te nemen. Denk aan vragen over herstel na het werk of over de werkdruk in een functie. Daar heeft de huisarts geen zicht op.
Wat VitsAll doet
De huisarts kijkt naar de persoon. De VitsAll Risicoscan, samen met TNO ontwikkeld, is erkend als PMO en kijkt naar gezondheid, inzetbaarheid en het werk zelf. Directie en leidinggevenden krijgen deelrapportages per groep, vanaf vijftien medewerkers. Elke medewerker krijgt de eigen uitkomst persoonlijk toegestuurd, zonder inzage voor de werkgever. Waar nodig krijgt een medewerker persoonlijk hulp aangeboden, zonder dat de werkgever dat weet. Je bedrijfsarts en arbodienst blijven daarbij gewoon betrokken.
Begin bij je eigen uitnodiging
Pak de tekst waarmee je het PMO aankondigt en lees die met de ogen van een medewerker. Staat erin waarom het niet bij de huisarts gaat? Zo niet, voeg die zin toe voordat je de volgende uitnodiging verstuurt. De huisarts kent je medewerker, de bedrijfsarts kent ook diens werk.