Wat is verzuim? Voor een werkgever is het simpel: een medewerker meldt zich ziek en kan niet werken. Die tijd telt als ziekteverzuim. Toch vertelt die definitie maar een deel van het verhaal. Wat je in je verzuimcijfers ziet, is het eindpunt van een proces dat vaak maanden eerder begon. Wat telt officieel als verzuim en wat valt erbuiten? En waarom moet je verder kijken dan de ziekmelding? Wie verder kijkt dan de ziekmelding, kan echt aan verzuimpreventie doen.
Wat telt wel en niet als verzuim
Het CBS definieert het ziekteverzuimpercentage als het deel van de beschikbare werkdagen dat door ziekte verloren gaat. Verzuim van langer dan een jaar telt mee. Zwangerschaps- en bevallingsverlof tellen niet mee. Bij parttimers wordt gerekend met het aantal fte.
Een verzuimpercentage van 5,8 procent, het landelijke cijfer in het eerste kwartaal van 2026 volgens het CBS, betekent dat van elke 1000 werkdagen er 58 verloren gingen. Dat lijkt weinig. Bij een organisatie van 200 medewerkers zijn dat elke dag bijna twaalf lege plekken.
Ook de duur telt op een eigen manier. Wordt iemand binnen vier weken opnieuw ziek, dan tellen beide periodes volgens het UWV bij elkaar op. Dat heet samengesteld verzuim.
Wat niet in de cijfers staat, is de medewerker die met klachten blijft doorwerken. Op papier is die persoon aanwezig. In de praktijk loopt het risico op uitval al op.
Waarom de ziekmelding een laat signaal is
Veel organisaties sturen op frequent verzuim. Dat is logisch, maar het mist een grote groep. Uit een analyse van Arbo Unie blijkt dat 85 procent van de medewerkers met spanningsklachten, overspannenheid of burn-out zich in de twee jaar daarvoor hooguit drie keer per jaar ziekmeldde. Willem Goedhart, arbeids- en organisatieadviseur bij Arbo Unie, zegt daarover: "Frequent verzuim blijft een belangrijk signaal, maar is onvoldoende."
De signalen zijn er wel, alleen zie je ze niet in je registratie. Uit de HSK Monitor Werk en mentale gezondheid 2026, uitgevoerd door Highberg, blijkt dat 42 procent van de werknemers mentale klachten niet op het werk bespreekt. Slechts een kwart ziet dat de leidinggevende signalen op tijd oppikt.
Dat heeft gevolgen. Zodra iemand uitvalt, gelden de verplichtingen van de Wet verbetering Poortwachter en betaal je het loon door. Hoe later je het risico ziet, hoe minder je nog kunt sturen.
Zo kijk je verder dan de ziekmelding
Let op veranderingen in energie
Arbo Unie noemt aanhoudende vermoeidheid en slecht herstellen na vrije dagen als vroege signalen. Vraag in een gesprek niet alleen naar het werk, maar ook naar hoe iemand terugkomt van een weekend.
Kijk naar gedrag, niet alleen naar aanwezigheid
Denk aan iemand die zich terugtrekt, minder taken oppakt of structureel overwerkt. Ook moeite met grenzen aangeven is een signaal.
Maak het bespreekbaar
Zorg dat medewerkers weten dat ze klachten mogen melden voordat het misgaat. Begin zelf met de vraag hoe het echt gaat. Een leidinggevende die open is over werkdruk, maakt het voor anderen makkelijker.
Meet op groepsniveau
Verzuimcijfers vertellen wat er al is gebeurd. Een meting van werkdruk en belasting per team laat zien waar het risico nu zit. Zo vind je ook teams met weinig verzuim maar veel druk.
Wat VitsAll doet
VitsAll kijkt naar wat er gebeurt voordat iemand zich ziek meldt. Wij meten en weten voordat het verzuim er is. Met de VitsAll Risicoscan, samen met TNO ontwikkeld, zien wij op groeps- en functieniveau waar het risico op uitval ligt. Medewerkers blijven anoniem. We werken daarbij samen met je bedrijfsarts en arbodienst.
Begin bij je eigen cijfers
Leg je verzuimcijfers naast wat je leidinggevenden in hun teams zien. Waar die twee niet overeenkomen, ligt je eerste gesprek. Een laag verzuimcijfer is geen garantie dat het goed gaat. Het kan ook betekenen dat de rek er bijna uit is.